Eerste hulp bij burgerschap

Filosoferen met kinderen

Kinderen hebben een natuurlijke nieuwsgierigheid en stellen vaak veel vragen. Als leerkracht beantwoord je graag hun vragen. Dat is tenslotte waar ons onderwijssysteem om draait, toch? Maar wat als er een benadering is die niet draait om het geven van het goede antwoord, maar om het stellen van goede vragen? Filosoferen met kinderen is precies dat.

Je kunt met kinderen filosoferen over alles om je heen. Je onderzoekt met elkaar wat dingen eigenlijk betekenen of waarom dingen zijn zoals ze zijn. Er is vaak geen definitief antwoord. Ook zijn er vaak meerdere antwoorden mogelijk. Het is wel belangrijk dat iemand uitlegt waaróm hij/zij dat antwoord geeft.

Waarom filosoferen?

Tijdens een filosofisch gesprek ga je samen op onderzoek uit. Het mooie is dat je als leerkracht door dit gesprek je leerlingen op een andere manier leert kennen. Filosoferen geeft verbinding in de groep en draagt bij aan respect voor elkaars ideeën. Ook voor leerlingen persoonlijk is filosoferen waardevol. Het draagt bij aan:

  • Taalontwikkeling, je ideeën onder woorden kunnen brengen;
  • Morele ontwikkeling;
  • Creatief denken;
  • Kritisch denken: het ‘Is dat zo?’ effect;
  • Persoonsvorming: wie ben ik en wat vind ik?
  • Je blijven verwonderen.

 Hoe begeleid je een filosofisch gesprek?

  • Je bent zelf de neutrale gespreksleider en laat dus niet je eigen mening horen. Dat is best lastig, maar oefening baart kunst. 
  • Bedenk dat elke leerling het recht heeft om (even) niets te zeggen / niet per se antwoord(en) hoeft te geven. Het kan zijn dat hij of zij nog nadenkt, of nog niet weet wat hij ervan vindt. 
  • Begin met een gezamenlijk ervaringsmoment, zoals een passend verhaal, liedje of filmpje. Zet daarna de hoofdvraag op het bord en laat de kinderen daarop reageren. Geeft iemand een antwoord? Stimuleer de andere kinderen om niet meteen te zeggen of ze het ermee eens zijn, maar alleen vragen te stellen ter verheldering. 
  • Stel hulpvragen of laat mogelijke antwoorden op de hoofdvraag zien. Laat de leerlingen reageren. 
  • Ga weer terug naar de hoofdvraag. Vraag daarbij door, door te:
    – Verhelderen: Wat bedoel je daarmee? Leg eens uit!
    – Problematiseren: Weet je zeker dat dit altijd waar is? Wie is het hier niet mee eens? 
  • Sluit het gesprek af. Omdat het niet gaat om het juiste antwoord, sluit je anders af. Bijvoorbeeld door:
    – Een verwerkingsopdracht te geven: bijvoorbeeld een tekening maken of een brief schrijven;
    – Samen een samenvatting te maken;
    – De mooiste gedachte van dit gesprek op te schrijven;
    – Aan te geven: ‘De tijd is op’. 

Spelregels voor een filosofisch gesprek

  • Er is maar één persoon tegelijk aan het woord. 
  • Laat elkaar uitpraten. 
  • Luister goed naar elkaar, dan kun je op elkaar reageren. 
  • Geef argumenten bij je mening. Dus zeg: ‘Ik vind…, omdat…’. 
  • Bedenk dat het niet gaat over gelijk krijgen, zoals bij een discussie of debat waarin je anderen probeert te overtuigen; er zijn meer antwoorden mogelijk! 
  • Blijf bij het onderwerp; zeg geen dingen die er niet bij horen.