Eerste hulp bij burgerschap

Lezen en voorlezen met Dunk

Om je weg te vinden in een informatiedichte maatschappij als de onze is begrijpend lezen cruciaal. Het helpt bij het doorlopen van de lagere en middelbare school, bij vervolgopleidingen en bij het vinden van werk. En ook in het dagelijks leven is goed lezen onmisbaar: om nieuws en actualiteiten te volgen, om brieven van de gemeente of belastingdienst te begrijpen en om goede informatie van desinformatie te onderscheiden. 

“Denk een beetje na, laten we elkaar verhalen vertellen.”  

Georgi GospodinovSchuilplaats voor andere tijden (*)

Taal, waaronder lezen en schrijven, is – naast rekenen – niet voor niets een van de fundamenten van het (basis)onderwijs. En het is ook niet voor niets dat er veel zorgen bestaan over de achterblijvende leesvaardigheid van kinderen en jongeren.

Verbinding

Het lezen (van verhalen) heeft ook alles te maken met het vak burgerschap. Kritisch denken, reflecteren en respectvol communiceren zijn belangrijke burgerschapsvaardigheden die je versterkt door en met lezen. Door het lezen van boeken ‘ontmoet’ je mensen die je anders nooit zou tegenkomen en leer je werelden kennen waar je anders nooit zou komen: je maakt kennis met de eerste bewoners op aarde, met ruimtevaarders en met mensen die vechten voor hun idealen. Je leest over oorlog en vrede, over recht en onrecht, over avonturen en mislukkingen, over de liefde. En hoe mensen hier, vroeger en nu mee omgaan. Lezen, kortom, zorgt voor begrip en verbinding.

Aan de slag met rijke teksten

Bij Dunk bieden we daarom, naast actieve werkvormen, ook veel activiteiten aan waarin de kinderen aan de slag gaan met rijke teksten en verhalen. De ene keer zijn dit situatieschetsen, waarbij de kinderen met elkaar in gesprek gaan over de vraag of iets wel of niet eerlijk is (middenbouw, thema Gelijkwaardigheid). De andere keer werken we met fictieve verhalen, zoals Moso en Otti die op vakantie gaan naar Alles-Mag-Land (onderbouw, thema Wetten en regels.) Of we bieden een langer verhaal aan, bijvoorbeeld over Karel de Vijfde, waarbij de kinderen samen oplossingen gaan bedenken voor de geloofsstrijd in zijn keizerrijk (bovenbouw, thema Geloof).

Sprookjes en sagen

Bij elk thema bieden we verder, per bouw, een cultuurverhaal aan. De leerkracht heeft de keuze om het verhaal voor te lezen of uit te printen, zodat de kinderen het zelfstandig kunnen lezen. De cultuurverhalen kunnen (navertelde) sprookjes zijn, mythische sagen of volksvertellingen. Ze kunnen gaan over een historisch figuur of een belangrijk iemand uit een recenter verleden. En ze zijn afkomstig uit verschillende culturen en geloofstradities: van de Griekse en Romeinse oudheid tot het Midden-Oosten, uit de Bijbel, de Koran of de Thora.

Verhalenderwijs

Zo schreven we voor de bovenbouw het historische verhaal ‘Pas op voor vallend afval’, waarin kinderen leren dat men in de Romeinse tijd een stuk minder hygiënisch met afval omging dan wij. Kinderen van de onderbouw ontdekken in het verhaal ‘Hodja en de afvalbloemen’ dat je ook de bloemen die je niet gezaaid hebt, mooi kunt vinden. En met de navertelling ‘Wonderbrood in de woestijn’ leren de kinderen van de middenbouw dat meer (brood) nemen dan je nodig hebt niet altijd verstandig is.

Door elk cultuurverhaal te koppelen aan een filosofisch gesprek of groepsgesprek ervaren kinderen het plezier van lezen of voorgelezen worden. Én leren ze, verhalenderwijs, belangrijke burgerschapsvaardigheden. In onze tijd, waarin de democratie en onze gemeenschapszin zwaar onder druk staan, is dat wellicht belangrijker dan ooit. De democratische rechtsstaat wordt immers gedragen door burgers die zelf nadenken. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen!

 

 

(*) Bron: de Volkskrant, 14 september 2024.